Columns en blogs van Zien in Eigenheid

Regelmatig verschijnt er een column van me in Het Hofweekblad. Hieronder kunt u de columns/blogs lezen.

Onderwerpen:

– Hoogbegaafd en emotioneel gevoelig (8-11-2017)
– Hoogbegaafd en intellectueel gevoelig (4-10-2017)
– Hoogbegaafd en beeldend gevoelig (13-9-2017)
– Hoogbegaafd en zintuiglijk gevoelig (2-8-2017)
– Hoogbegaafd en fysiek gevoelig (14-6-2017)
– Hoogbegaafdheid (17-5-2017)
– Eerst “zien” dan uitdagen? Een verhaal uit mijn praktijk (16-12-2015)
– Hoogbegaafd en Vriendschap (23-9-2015)
– Het accepteren van je hoogbegaafde kind (24-6-2015)
– Waarom zijn hoogbegaafde kinderen toch zo beweeglijk? (22-4-1015)
– Complimenten (8-4-2015)
– Hoogbegaafde meisjes (25-3-2015)
– Iedereen wil toch graag een hoogbegaafd kind? (11-3-2015)


Hoogbegaafd en emotioneel gevoelig (verschenen 8-11-2017)

Hoogbegaafdheid is meer dan alleen een hoog IQ. Zo zijn alle hoogbegaafden in meer of mindere mate hooggevoelig.

We kunnen de volgende gevoeligheden onderscheiden bij hoogbegaafden:

  • fysieke gevoeligheid: het lichamelijk onrustig zijn
  • zintuiglijke gevoeligheid: het intens ervaren van zintuiglijke prikkels
  • beeldende gevoeligheid: het hebben van een rijke fantasie en grote verbeeldingskracht
  • intellectuele gevoeligheid: het hebben van een actief brein en “leerhonger”
  • emotionele gevoeligheid: het hebben van intense emoties

In deze laatste column over gevoeligheden zal ik emotionele gevoeligheid bij hoogbegaafde kinderen bespreken.

Kinderen die emotioneel gevoelig zijn, hebben intense gevoelens. Hun emoties zijn vaak heftig. Op anderen kunnen deze emoties overdreven overkomen. Zelf ervaren deze kinderen hun emoties vaak niet als heftig, want deze horen bij ze en ze zijn niet anders gewend. Toch kunnen emoties van henzelf, maar ook de emoties van anderen (die ze haarfijn aanvoelen), ervoor zorgen dat deze kinderen uitgeput raken. Soms kunnen al die emoties zelfs tot lichamelijke klachten leiden: kinderen hebben bijvoorbeeld hoofdpijn of buikpijn. Het is dus belangrijk om te ontdekken welke signalen kinderen afgeven als ze last krijgen van emoties. Het accepteren van hun heftige emoties is belangrijk, evenals het leren omgaan met deze emoties. Boos zijn is prima, maar dat betekent niet dat je daarom iemand mag slaan. Maak dus onderscheid tussen het kind en zijn gedrag. Aangezien deze kinderen emoties van anderen goed aanvoelen, is het verstandig om eerlijk te zijn over je eigen gevoelens. Het heeft geen zin om vrolijk te doen, als je dat niet bent, want dat hebben ze direct in de gaten en ze kunnen zich dan zorgen maken. Zich zorgen maken is iets wat deze kinderen soms al op jonge leeftijd doen. Een jongetje dat ik begeleid maakte zich zorgen over het uitsterven van de panda’s. Hij heeft toen een actie opgezet waarbij hij geld ingezameld heeft voor de panda’s. Zo kon hij zijn zorgen omzetten in actie en hierdoor namen zijn zorgen af.

Voldoende ontspanning is essentieel voor deze kinderen om los te kunnen komen van hun eigen emoties, maar ook van de emoties van anderen.


Hoogbegaafd en intellectueel gevoelig (verschenen 4-10-2017)

Hoogbegaafdheid is meer dan alleen een hoog IQ. Zo zijn alle hoogbegaafden in meer of mindere mate hooggevoelig.

We kunnen de volgende gevoeligheden onderscheiden bij hoogbegaafden:

  • fysieke gevoeligheid: het lichamelijk onrustig zijn
  • zintuiglijke gevoeligheid: het intens ervaren van zintuiglijke prikkels
  • beeldende gevoeligheid: het hebben van een rijke fantasie en grote verbeeldingskracht
  • intellectuele gevoeligheid: het hebben van een actief brein en “leerhonger”
  • emotionele gevoeligheid: het hebben van intense emoties

Deze week zal ik in deze column ingaan op de intellectuele gevoeligheid van hoogbegaafde kinderen.

Intellectuele gevoeligheid is niet hetzelfde als intelligentie. Deze gevoeligheid duidt op het hebben van een heel actief brein. Kinderen die intellectueel gevoelig zijn zijn nieuwsgierig, denken veel na en stellen ook veel vragen. Deze kinderen kunnen al op jonge leeftijd vragen hebben over de dood of over bijvoorbeeld het bestaan van God. Ze willen dus veel weten, maar vaak hangt dit wel samen met hun interesses. Deze kinderen zijn kritisch en al jong in staat een eigen mening te vormen en laten zich daarbij niet leiden door wat anderen ergens van vinden.

Doordat ze zelf erg snel kunnen denken, kunnen ze zich wel eens irriteren aan anderen die minder snel kunnen denken. Het op een nette manier leren geven van feedback is dan ook vaak een punt van aandacht bij deze kinderen…..

Het is niet nodig om te menen dat u zelf alle antwoorden moet hebben op de vele vragen die deze kinderen hebben. Ze kunnen juist een actieve leerhouding gaan ontwikkelen als de antwoorden op de vragen die ze hebben ze niet gelijk gegeven worden, maar door (samen) te bedenken waar en hoe de antwoorden gevonden kunnen worden. Denk hierbij verder dan Google!

Door een iets andere vraagstelling te gebruiken, kunnen intellectueel gevoelige kinderen de mogelijkheid krijgen om dieper na te denken over dingen en dingen uit te pluizen en dus onderzoekend te leren.

Ook is het leuk, voor alle kinderen maar zeker voor deze kinderen, om te filosoferen. Dit klinkt misschien “zwaar”, maar zeker jonge kinderen kunnen heel onbevangen en creatief nadenken over vragen en dit levert mooie gesprekken op.


Hoogbegaafd en beeldend gevoelig (verschenen 13-9-2017)

Hoogbegaafdheid is meer dan alleen een hoog IQ. Zo zijn alle hoogbegaafden in meer of mindere mate hooggevoelig.

We kunnen de volgende gevoeligheden onderscheiden bij hoogbegaafden:

  • fysieke gevoeligheid: het lichamelijk onrustig zijn
  • zintuiglijke gevoeligheid: het intens ervaren van zintuiglijke prikkels
  • beeldende gevoeligheid: het hebben van een rijke fantasie en grote verbeeldingskracht
  • intellectuele gevoeligheid: het hebben van een actief brein en “leerhonger”
  • emotionele gevoeligheid: het hebben van intense emoties

Deze week zal ik in deze column ingaan op beeldende gevoeligheid bij hoogbegaafde kinderen.

Beeldend gevoelige kinderen, zijn kinderen met een rijke fantasie en een grote verbeeldingskracht. Soms hebben deze kinderen een fantasievriendje en hebben ze een eigen fantasiewereld bedacht. Als deze kinderen wat vertellen, kan het verhaal soms te mooi lijken om waar te zijn. Verwar dit echter niet met bewust liegen of de waarheid verdraaien. Deze kinderen zijn in hun hoofd vaak al vele stappen verder met het verhaal, waardoor fantasie verweven raakt met hun verhaal. Overigens zien we bij jonge kinderen (3-6 jaar), die niet hoogbegaafd zijn, ook regelmatig dat waarheid en fantasie door elkaar lopen. Dit is volkomen normaal en noemen we “magisch denken”.

Op school, vaak bij te weinig uitdaging, vervallen deze kinderen door verveling in dagdromen en krijgen daardoor hun reguliere werk niet op tijd af. Leerkrachten laten dan vaak het uitdagende werk maar achterwege. Terwijl als je deze kinderen uitdaging zou bieden, het dagdromen juist afneemt. Omdenken dus: niet willen dat een kind eerst wat laat zien en dan pas uitdaging bieden, maar eerst uitdagen en dan pas zal een kind wat laten zien!

Soms kan deze gevoeligheid frustratie opleveren, bijvoorbeeld als hun handen nog niet voor elkaar krijgen wat hun hoofd heeft bedacht. Het is dan ook verstandig om met deze kinderen te bespreken waar hun “lat” ligt en aan te geven waar jouw verwachtingen liggen.

Maar….beeldende gevoeligheid is natuurlijk vooral een mooie eigenschap! Deze kinderen kunnen creatief denken en vinden vaak de prachtigste dingen uit en bedenken de leukste verhalen. Hun fantasie kunnen ze gebruiken als ze op school ruimte krijgen om te werken met allerlei creatieve werkvormen.


Hoogbegaafd en zintuiglijk gevoelig (verschenen 2-8-2017)

Hoogbegaafdheid is meer dan alleen een hoog IQ. Zo zijn alle hoogbegaafden in meer of mindere mate hooggevoelig.

We kunnen de volgende gevoeligheden onderscheiden bij hoogbegaafden:

  • fysieke gevoeligheid: het lichamelijk onrustig zijn
  • zintuiglijke gevoeligheid: het intens ervaren van zintuiglijke prikkels
  • beeldende gevoeligheid: het hebben van een rijke fantasie en grote verbeeldingskracht
  • intellectuele gevoeligheid: het hebben van een actief brein en “leerhonger”
  • emotionele gevoeligheid: het hebben van intense emoties

Deze week zal ik wat uitleggen over zintuiglijke gevoeligheid.

Bij kinderen die zintuiglijk gevoelig zijn, lijken de zintuigen extra goed te werken. Ze zijn bijzonder gevoelig voor prikkels die (via de zintuigen) binnenkomen. Ze kunnen van deze prikkels dan ook enorm genieten, maar ze kunnen dit ook als negatief ervaren en er last van hebben. Ze kunnen prikkels moeilijk filteren, waardoor er weinig verschil bestaat voor ze tussen voorgrond en achtergrond prikkels. In de klas kunnen deze kinderen door veel dingen afgeleid raken: een fluitende vogel in de boom op het schoolplein, een drukke wand met allerlei verschillende tekeningen, of de geur van de koffie van de leerkracht.

Zelf hoor ik vaak van kinderen (én ouders) dat het samen eten met het gezin als vervelend wordt ervaren, doordat ze last hebben van de eet- en drinkgeluiden van andere gezinsleden. Met een groepje pubers dat ik begeleidde hebben we eens gezamenlijk gegeten, waarbij één van de meiden die bijzonder gevoelig was voor de eetgeluiden van de anderen, toen zelf als oplossing aandroeg om een zacht muziekje op te zetten. Dit werkte voor haar prima en we konden zo toch gezellig samen eten.

Een ander voorbeeld is dat deze kinderen vaak etiketjes in kleding en naadjes in hun sokken of ondergoed irritant vinden.

Natuurlijk kan voor deze kinderen de omgeving niet volledig aangepast worden en dit is ook niet wenselijk. Kleine aanpassingen: zoals etiketjes uit kleding knippen, of een zacht muziekje bij het eten kunnen al helpend zijn. Op school kan het prettig zijn om te leren door ervaren en beleven. Kinderen kunnen zo hun zintuigen op een positieve manier gebruiken bij het leren.


Hoogbegaafd en fysiek gevoelig (verschenen 14-6-2017)

In mijn vorige column (17-5-2017) schreef ik dat hoogbegaafdheid meer is dan alleen maar een hoog IQ. Er zijn meer kenmerken die horen bij hoogbegaafdheid, waaronder (hoog)gevoeligheid. Alle hoogbegaafden zijn in meer of mindere mate hooggevoelig. Dit wil overigens niet zeggen dat iedereen die (hoog)gevoelig is, ook hoogbegaafd is.

We kunnen de volgende gevoeligheden onderscheiden bij hoogbegaafden:

  • fysieke gevoeligheid: het lichamelijk onrustig zijn
  • zintuiglijke gevoeligheid: het intens ervaren van zintuiglijke prikkels
  • beeldende gevoeligheid: het hebben van een rijke fantasie en grote verbeeldingskracht
  • intellectuele gevoeligheid: het hebben van een actief brein en “leerhonger”
  • emotionele gevoeligheid: het hebben van intense emoties

In deze column ga ik in op fysieke gevoeligheid.

Kinderen die fysiek gevoelig zijn, vallen met name op door hun bewegingsonrust. Ze kunnen moeilijk stilzitten, zitten vaak te wiebelen en te friemelen en hebben soms zenuwachtige gewoonten zoals nagelbijten. Als deze kinderen wat vertellen doet hun hele lichaam mee en ze praten, vooral bij spanning, erg veel en snel. Het gebeurt helaas nog wel eens dat deze kinderen het etiketje “ADHD” opgeplakt krijgen.

Het vele bewegen heeft geen nadelig effect op hun concentratie. Vraag je van deze kinderen om stil te zitten in de klas, dan zijn ze zo bezig met dat “verplicht” stilzitten, dat concentreren op wat de leerkracht vertelt juist lastig wordt. Deze kinderen kúnnen wel stilzitten: geef ze een uitdagende opdracht die aansluit bij hun interesse en ze kunnen prima een poos stilzitten.

Het is in de klas, maar ook thuis tijdens het eten, een hele uitdaging om tegemoet te komen aan de drang van deze kinderen om te bewegen en om het ook voor de omgeving acceptabel te houden.

De rage van nu, de fidget spinner, wordt soms gebruikt voor kinderen die onrustig zijn, maar de fidget spinner kan afleiden en op sommige scholen is de fidget spinner verboden. Een tangle (een soort armband met ronde hoeken die met elkaar verbonden zijn) maakt geen geluid en kinderen kunnen er heerlijk mee friemelen.

Sporten is voor deze kinderen vaak een enorme uitlaatklep en hierbij is hun fysieke gevoeligheid juist een kracht.


Hoogbegaafdheid (verschenen 17-5-2017)

Vaak begin ik een training of lezing met de vraag: waar denkt u aan bij hoogbegaafdheid? Vaak gegeven antwoorden zijn dan bijvoorbeeld: een hoog IQ, slim, goed kunnen leren, kinderen die alles weten over het heelal of dinosaurussen.
Natuurlijk klopt dat hoge IQ. Er wordt vanuit gegaan dat vanaf een IQ van 130 je iemand hoogbegaafd mag noemen: maar hoogbegaafdheid is meer dan alleen een hoog IQ. Zelf maak ik altijd een onderscheid tussen slimme kinderen en hoogbegaafde kinderen. Bij hoogbegaafde kinderen speelt namelijk meer mee dan alleen maar dat hoge IQ. Hoogbegaafd ben je vanaf je geboorte en het gaat niet meer over. Wel kunnen er omstandigheden zijn waardoor hoogbegaafdheid meer of minder “zichtbaar” is. Ongeveer 2,5% van de bevolking is hoogbegaafd. Maar wat is dat dan: hoogbegaafdheid? Een, naar mijn mening, heldere definitie van hoogbegaafdheid is: ‘Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker die complexe zaken aankan. Autonoom, gedreven en nieuwsgierig van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.’(Definitie tot stand gekomen op het symposium ‘Hoogbegaafd. Dat zie je zo! november 2007)
Naast het hoge IQ, is er sprake van snel en creatief denken en een bepaalde gedrevenheid. Ook krijgt het sensitieve, de prikkelgevoeligheid, een plekje in deze definitie. Juist deze gevoeligheden vallen bij hoogbegaafde kinderen op, soms nog meer dan hun hoge IQ.

We kunnen de volgende gevoeligheden onderscheiden bij hoogbegaafden:

  • fysieke gevoeligheid: het lichamelijk onrustig zijn
  • zintuiglijke gevoeligheid: het intens ervaren van zintuiglijke prikkels
  • beeldende gevoeligheid: het hebben van een rijke fantasie en grote verbeeldingskracht
  • intellectuele gevoeligheid: het hebben van een actief brein en “leerhonger”
  • emotionele gevoeligheid: het hebben van intense emoties

In de volgende columns die ik zal schrijven, zal ik telkens één van deze gevoeligheden beschrijven en toelichten.


Eerst “zien” dan uitdagen? (verschenen 16-12-2015)

Maak kennis met Frank: een gevoelig en hoogbegaafd jongetje van 8 jaar. In de klas is hij dromerig en vindt hij het lastig om zich te concentreren. Zijn werktempo ligt erg laag, terwijl ouders het idee hebben dat hij de stof toch prima aan zou moeten kunnen. Thuis is het een vrolijke jongen die veel vragen stelt en die geniet van het bezig zijn in de natuur. Op school weet de leerkracht niet zo goed meer hoe ze hem aan het werk moet krijgen.
Frank stapt met zijn vader bij mij de praktijk binnen, observeert alles eens en kijkt me dan vragend aan. “Jij hebt zeker veel kinderen?” vraagt hij. Ik ga op mijn hurken bij hem zitten en antwoord hem dat ik 4 kinderen heb en benieuwd ben waarom hij die vraag stelt. “Er staat hier zoveel speelgoed” zegt hij. Ik antwoord dat dat voor de kinderen is die bij mij in de praktijk komen en dat hij dus iets uit mag zoeken om mee te spelen. Dat laat hij zich geen 2x zeggen en hij pakt gelijk de Lego en begint te bouwen. Ik ga bij hem zitten en laat hem vertellen. Hij praat honderduit. Vader is verbaasd. Hij is anders nooit zo vrij als hij iemand voor het eerst ontmoet.
Hieruit blijkt al hoe belangrijk een eerste contact is. Met oprechte belangstelling een kind “zien” en een gesprekje voeren: het doet al zoveel!
Terwijl Frank lekker verder bouwt praat ik met vader over wat goed gaat thuis en waar ze nog wat hulp bij kunnen gebruiken. Frank vult aan en geeft zijn mening. Na een tijdje komt Frank er bij zitten en vult een vragenlijst in, waarmee ik zijn gevoeligheden in kaart kan brengen.
Van het gesprek en de vragenlijst maak ik een verslag met adviezen voor de begeleiding thuis en op school.
Met ouders, leerkracht en IB’er bespreken we het verslag. Frank mag er bij zijn, maar gaat liever buiten spelen. Zo nu en dan komt hij even binnenlopen.
De leerkracht benoemt in het gesprek een aantal keren dat ze eerst wat van Frank wil “zien”, voordat ze überhaupt wil denken aan extra uitdaging. Het woordje “zien” dat de leerkracht gebruikt, heeft duidelijk een andere betekenis dan zoals ik “zien” in het stukje hierboven gebruikt heb. De leerkracht heeft het hier over presteren.
Door zijn grote beeldende gevoeligheid is Frank geneigd weg te dromen bij een in zijn ogen saaie opdracht. Frank is erg perfectionistisch en legt de lat voor zichzelf erg hoog. Ook is Frank een jongen die veel nadenkt en het zou daarom best mogelijk kunnen zijn dat Frank “te moeilijk” nadenkt over dingen. Het werk op school is voor hem te makkelijk. Het is zelfs zo makkelijk dat Frank het idee heeft dat het vast niet zó gemakkelijk kan zijn. Deze punten veroorzaken zeer waarschijnlijk zijn trage werktempo. Frank kan heel creatief nadenken en als hij uitgedaagd wordt om wat met die creativiteit te doen op school, zal hem dat prikkelen om een actievere houding aan te nemen in de klas.
Gedurende het gesprek wordt de leerkracht enthousiaster. Ze is bereid om haar idee los te laten en ze wil het toch eens gaan proberen: uitdagen vóórdat Frank iets heeft laten “zien”. Ze vindt het een uitdaging om op een andere manier met Frank aan de slag te gaan. Ze is blij dat ze nu ook weet hoe ze hem kan begeleiden in zijn gevoeligheden.
Een paar weken later heb ik contact met de ouders. Met Frank gaat het een stuk beter op school. De leerkracht en de IB’er hebben de adviezen opgepakt. Frank krijgt écht uitdagender werk: dus niet meer van hetzelfde, maar werk dat meer van zijn denkvermogen vraagt en waarbij hij lekker creatief kan denken. Ook is hij minder dromerig in de klas. Zijn werk is vaak op tijd klaar en het contact met de leerkracht is verbeterd. De leerkracht neemt vaker de tijd om samen met Frank een praatje of een grapje te maken.

En wat ontzettend fijn is: deze leerkracht heeft nu zelf ondervonden dat het beter werkt bij hoogbegaafde kinderen om ze eerst uit te dagen dan om ze eerst te laten “presteren”!


Hoogbegaafd en Vriendschap (verschenen 23-9-2015)

Van ouders hoor ik vaak dat hun hoogbegaafde kind amper vrienden heeft. Leerkrachten benoemen wel eens dat dit kind sociaal “niet lekker ligt” in de groep. Vrienden maken lijkt dus lastig voor deze kinderen, terwijl hoogbegaafde kinderen net als andere kinderen behoefte hebben aan vriendschap. Leerkrachten zouden natuurlijk ook graag zien dat dit kind mee kan spelen op het plein en het doet ouders zeer dat andere kinderen uit de klas speelafspraakjes hebben en hun kind niet. Ook hoogbegaafde kinderen zelf beseffen heel goed dat ze er niet bij horen en kiezen er dan uiteindelijk vaak voor om te zeggen dat ze ook helemaal geen zin hebben om te spelen met andere kinderen. Een overlevingsstrategie dus. In zekere zin hebben ze gelijk: hun spelen is vaak anders dan het spel van leeftijdsgenoten en na een dag aanpassen op school is het soms ook best lekker om even alleen te zijn.

Hoogbegaafde kinderen ontwikkelen zich anders dan andere kinderen. De sociale ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen loopt vaak voor, waardoor ze geen aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten. Vaak zie je dat deze kinderen naar oudere kinderen trekken, of zelfs naar volwassenen. Meisjes kiezen er soms voor om te gaan “moederen” over juist jongere kinderen.

Hoogbegaafde kinderen hebben een andere (vaak hoge) verwachting van vriendschap. Dit houdt in dat een vriend ook een “echte” vriend moet zijn. Ze hebben er dan ook geen begrip voor als deze vriend eens iets onaardigs doet of zegt. Hier kunnen ze behoorlijk door van slag raken.

Hoe vaak gebeurt het niet dat vriendinnen een keer ruzie hebben, of tijdelijk wat minder met elkaar spelen, om daarna samen weer ergens plezier om te hebben en verder spelen alsof er niets gebeurd is? Bij hoogbegaafde kinderen is dit ondenkbaar!

Een (puber)meisje dat ik begeleid heb vertelde mij eens dat ze eigenlijk niet wist wie haar vriendinnen waren. De ene keer ging A. naast haar in de klas zitten, maar soms ging A. ook wel eens naast iemand anders zitten. Was het dan wel een echte vriendin of niet?

Van ouders hoorde ik laatst een verhaal over hoe het spelen van hun hoogbegaafde zoon, alweer, in ruzie was geëindigd. Kinderen hadden hun hoogbegaafde zoon gevraagd of hij wilde spelen. Hun zoon reageerde enthousiast en het spel met de Playmobil leek even goed te gaan, maar algauw ontstond er ruzie. Hun zoon “speelde de baas” en wilde het hele spel naar zijn hand zetten. Hij wilde met de Playmobil een actueel probleem uit het nieuws naspelen, waar de andere kinderen niet veel van wisten. Doordat hij ook nog eens veel taalvaardiger is ervaarden de anderen dit als baas spelen en ontstond er ruzie.

Deze sociale problemen verdwijnen echter als sneeuw voor de zon als een hoogbegaafd kind een ontwikkelingsgelijke treft. Ontwikkelingsgelijken zijn belangrijk voor deze kinderen om vriendschappen te ontwikkelen. Iemand met begrip voor hun interesses, of misschien zelfs wel dezélfde interesses en iemand waarbij ze zich niet aan hoeven passen. Door om te gaan met ontwikkelingsgelijken, zullen deze kinderen uiteindelijk ook beter hun weg vinden in de omgang met andere kinderen.

Al eerder heb ik eens geschreven dat het voor hoogbegaafde kinderen, die haarfijn aanvoelen dat ze “anders” zijn, verhelderend is om ze uit te leggen wat de oorzaak is van dat anders zijn. Zo kun je ze ook uitleggen dat ze anders tegen vriendschappen aankijken dan kinderen van dezelfde leeftijd. Leer deze kinderen dat je verschillende vormen van vriendschap hebt. Met het ene kind kun je lekker voetballen en met een ander kind kun je samen van alles ontdekken over het heelal. Zo help je als ouder, of als leerkracht, een hoogbegaafd kind zich zekerder en vertrouwd te voelen in de omgang met andere kinderen.


Het accepteren van je hoogbegaafde kind (verschenen 24-6-2015)

Onlangs werd ik, in een winkel, aangesproken door een moeder die mij vertelde dat ze het lastig vond om een afspraak met mij te maken. Als ze een afspraak met mij zou maken, zou dat betekenen dat zij dacht dat haar kind hoogbegaafd was en dat wist ze tenslotte helemaal niet zeker. Eigenlijk wees alles er wel op dat hij het was, maar als ze dan bij mij zou komen dan was het écht. Misschien zouden andere mensen dan wel denken dat ze een opschepper was en zo goed presteerde haar zoon nou ook weer niet op school. Ze wilde ook liever niet dat haar zoon een stempel zou krijgen, dus had ze haar sterke vermoedens ook nooit met iemand besproken.

Ondertussen voelde haar zoon zich niet erg gelukkig, had problemen op school en vond zij het lastig om op een goede manier met zijn gedrag om te gaan.

De drempel die deze moeder ervaart om hulp te vragen, is een drempel die veel ouders ervaren die bij mij komen. Ouders denken soms dat ze de enige zijn die tegen bepaalde dingen aanlopen in de opvoeding van hun hoogbegaafde kind, of zijn bang voor de reacties van de buitenwereld. Sommige ouders kiezen er daarom voor om hun kind niet te vertellen dat het hoogbegaafd is.

Uiteraard is het aan ouders om te bepalen of ze hun kind vertellen dat het hoogbegaafd is. De realiteit is dat deze kinderen zich van jongs af aan al anders voelen. Cognitief en sociaal ontwikkelen deze kinderen zich sneller dan hun leeftijdsgenoten, waardoor ze zich ook anders gedragen dan hun leeftijdsgenoten. Het kan voor kinderen dan heel verhelderend zijn om ze uit te leggen wat de oorzaak is van hun “anders zijn”. Het is van groot belang dat je als ouder de hoogbegaafdheid van je kind (en eventueel van jezelf) accepteert, want steun en begeleiding van een vertrouwd persoon helpt het kind bij zijn eigen acceptatieproces.

Tip van de Week:

Acceptatie van je hoogbegaafde kind is belangrijk, zo kun je er samen over praten en ook genieten van de mooie facetten van hoogbegaafdheid. Merk je dat je moeite hebt met acceptatie, of wil je je vermoedens van hoogbegaafdheid eens bespreken? Neem dan contact op via info@zienineigenheid.nl of bel 06-23333727. Mailcontact of kort telefonisch contact is gratis.


Waarom zijn hoogbegaafde kinderen toch zo beweeglijk? (verschenen 22-4-2015)

Deze vraag werd mij laatst gesteld door iemand die een kijkje kwam nemen bij de Plusgroep die ik begeleid. En inderdaad: zowel de kinderen in de Plusgroep als de kinderen die ik in mijn praktijk begeleid zijn graag in beweging.

Hoogbegaafde kinderen hebben dit bewegen nodig, omdat ze, meer dan andere kinderen, fysiek gevoelig zijn. Hierdoor bewegen en praten ze veel en dit neemt bij spanning vaak toe. Soms ontwikkelen ze zelfs tics.

Zelf hebben ze geen last van deze bewegingsonrust en ze kunnen zich zo prima concentreren. Sterker nog het geeft ze zelfs meer innerlijke rust. In de evaluatieformulieren die we laatst terugkregen van de kinderen uit de Plusgroep werd een aantal keren als verschil met hun reguliere klas genoemd, dat het in de Plusgroep “zo lekker rustig” was.

Vaak kan de omgeving zich niet voorstellen dat een kind dat zo zit te wiebelen en te friemelen zich kan concentreren. Toch lukt dat prima!
Eis je van deze kinderen dat ze stil moeten zitten, dan bereik je daar voor het kind niet het gewenste effect mee. Als ze heel krampachtig proberen niet te bewegen, resulteert dit in frustratie en ze verliezen zo hun concentratie voor hetgeen er verder in de les gebeurt. De omgeving van deze kinderen kan zich echter aan dit drukke gedrag storen en het gebeurt helaas nog wel eens dat de vergelijking met ADHD wordt gemaakt.

Sporten is meestal een enorme uitlaatklep voor deze kinderen en hierbij hebben ze juist veel profijt van hun drang om te bewegen. Ze zijn heel actief en gedreven op het sportveld!

Het is de kunst om bij hoogbegaafde kinderen tegemoet te komen aan hun drang om te bewegen en het acceptabel te houden voor de omgeving.

Tip van de Week:

Zorg voor hoogbegaafde kinderen voor voldoende beweegmogelijkheden, zowel fysiek als intellectueel (activiteiten met een open einde, waarbij ruimte is voor hun creativiteit). Voor kinderen die veel met hun handen friemelen, biedt een tangle uitkomst. Een tangle ziet eruit als een armband en bestaat uit een serie ronde hoeken die met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen er allerlei bewegingen mee gemaakt worden. Het prettige hiervan voor de omgeving is dat het geen geluid maakt, in tegenstelling tot het geklik met pennen dat je vaak hoort in de klas.


Complimenten (verschenen 8-4-2015)

Hoogbegaafdheid wordt vaak omschreven in termen van slim zijn, iets beter kunnen dan anderen en ergens goed in zijn. Hoogbegaafde kinderen krijgen vaak te horen dat ze zo slim zijn of krijgen complimenten die te maken hebben met het resultaat (“Goed zo alweer een 9”).

Zo kunnen ze het idee krijgen dat ze dus altijd “de beste” moeten zijn. Hun zelfvertrouwen kan snel afnemen als ze voor hun gevoel falen: een slecht cijfer halen, of iets doen dat niet gelijk lukt.

De indruk kan zo ontstaan dat als je slim bent als je iets goed kan, je dan wel dom moet zijn als je iets niet kan. Een gevolg hiervan kan zijn dat hoogbegaafde kinderen moeilijke dingen uit de weg gaan en ook op school kiezen voor de makkelijke opdrachten.

Door het geven van de juiste complimenten kun je je kind leren dat het door oefenen steeds verder groeit en dat fouten maken hoort bij het leerproces.

Waar moet je op letten:

  • Maak het proces belangrijker dan het resultaat.
    “Jammer dat je niet tevreden bent met je cijfer, ik zie dat je wel een “goed” hebt voor je inzet, wat mooi!”
  • Richt je op inspanning leveren en oefenen.
    “Als je net zo hard blijft oefenen als vandaag, zul je steeds beter kunnen keepen.
  • Laat je kind merken dat je gelooft in groei.
    “Vorige keer had je er 5 goed en nu 10, je bent echt vooruit gegaan door te oefenen”
  • Wees een voorbeeld voor “een leven lang leren”.
    Praat met je kind over hoe jij je blijft ontwikkelen in je leven.
  • Geef het kind de kans om fouten te maken en benoem wat je zelf van je fouten geleerd hebt.
    Maak van fouten leermomenten en bespreek dat zelfs de beste voetballer wel eens een belangrijk doelpunt naast schoot en wat hij daarvan geleerd heeft.

Tip van de week

Complimenten geven stimuleert het zelfvertrouwen van je kind. Het is daarbij wel belangrijk wèlke complimenten je geeft aan je kind. Complimenten moeten gericht zijn op vooruitgang, hard werken, oefenen en doorzettingsvermogen. Zo leer je je kind genieten van uitdagingen en krijgt je kind plezier in het leveren van inspanningen.

Probeer deze week bewust complimenten te maken waarbij je rekening houdt met bovenstaande punten.

Deze column is gebaseerd op het artikel “Mindset: de basis van talentontwikkeling” van F. Raeijmaekers in het tijdschrift Gifted@248


Hoogbegaafde meisjes (verschenen 25-3-2015)

Er zijn ongeveer net zoveel hoogbegaafde meisjes als jongens. Toch lijken er meer hoogbegaafde jongens te zijn. In de Plusklas die ik begeleid, waarvoor scholen zelf hun leerlingen aanmelden, zitten 3 meisjes tegenover 19 (!) jongens. Hoe kan dit?

Meisjes gedragen zich anders dan jongens en passen zich meer aan aan het niveau van hun leeftijdsgenoten. Jongens zijn op school minder geneigd om sociaal aangepast gedrag te vertonen. Hun gedrag wordt eerder als problematisch ervaren en daardoor vallen ze meer op.

Meisjes kiezen vaker om andere kinderen te helpen en zorgen onvoldoende voor uitdaging voor zichzelf. Meisjes willen prestaties graag samen met anderen leveren. Vooral in de pubertijd, waarbij het “erbij horen” erg belangrijk is voor meisjes, zijn hoogbegaafde meisjes geneigd hun talent te verbloemen. Doordat ze gaan onderpresteren, verdwijnen deze meisjes uiteindelijk uit beeld.

Onlangs was ik op een school waar een (inval)leerkracht een groepje kinderen mee naar buiten nam. 2 Van deze kinderen (een jongen en een meisje) kende ik en zij zijn beiden hoogbegaafd. De kinderen gingen op het plein rekenen: een sprong was een tiental en een stapje was een eenheid. De jongen begon al snel over het plein te springen en luisterde niet meer naar de sommen. De (inval)leerkracht vroeg hem uiteindelijk welke som hij graag wilde oplossen, om te proberen hem weer bij de les te betrekken. De jongen wilde graag uitrekenen hoeveel 2573+44 was. De (inval)leerkracht vertelde hem dat dat niet kon, ze zouden vandaag maar tot 100 rekenen. De rest van de les heeft deze jongen bij het hek gestaan, hij wilde niet meer mee doen en was zeer luidruchtig. Het meisje, voor wie deze sommen ook veel te gemakkelijk waren, heeft de hele les keurig meegedaan. Zij heeft zich aangepast aan het niveau van haar klasgenoten. In het gesprek dat ik daarna had met de (inval)leerkracht bleek ook dat het haar niet was opgevallen dat dit meisje deze sommen al kende.

 Tip van de week:
In mei en juni worden er verspreid over het land speciale meidenmiddagen georganiseerd voor hoogbegaafde meisjes. Er zijn deze middagen allerlei leuke meiden activiteiten te doen en ze kunnen hier andere hoogbegaafde meisjes ontmoeten. In Diepenheim is op zaterdag 13 juni een meidenmiddag van 14.30-16.30 uur. Opgave via info@zienineigenheid.nl (vol = vol)


Iedereen wil toch graag een hoogbegaafd kind? (verschenen 11-3-2015)

Laatst kwam ik een oud-collega tegen, die mij vroeg wat ik tegenwoordig deed. Ik vertelde haar dat ik een eigen advies- en begeleidingsbureau heb (Zien in Eigenheid) en dat ik hoogbegaafde kinderen, hun ouders en eventueel leerkrachten begeleid. Haar reactie was helaas een reactie die ik vaker hoor. “Iedereen wil wel graag een hoogbegaafd kind, lekker makkelijk: alles komt ze aanwaaien.” Natuurlijk zijn er hoogbegaafde kinderen die goed in hun vel zitten en ook op school voldoende uitgedaagd worden en het dus “goed doen”. Toch zie ik veel kinderen die helemaal niet zo goed in hun vel zitten en op school geen hoge scores halen. Zijn deze kinderen dan wel hoogbegaafd? Ja zeker!

Hoogbegaafde kinderen bezitten, naast een hoog IQ (meestal wordt uitgegaan van >130), een aantal kenmerken:

  • Grote woordenschat en opvallend taalgebruik
  • Leergierig
  • Perfectionistisch en/of faalangstig
  • Een zeer goed geheugen
  • Snel verbanden leggen
  • Groot verantwoordelijkheidsgevoel
  • Origineel en creatief
  • Veel (levens) vragen stellen
  • Groot rechtvaardigheidsgevoel
  • (Hoog)gevoelig

Hoogbegaafde kinderen ervaren al vroeg dat ze anders zijn. Ze herkennen zich niet in leeftijdsgenootjes. Vrienden maken is lastig, omdat er weinig ontwikkelingsgelijken zijn in de klas of de buurt. Motivatie voor leren kan verdwijnen, omdat er op school te weinig uitdaging geboden wordt óf door faalangst. Faalangst kan ontstaan doordat ze niet gewend zijn ergens moeite voor te moeten doen en dus uitdagingen gaan vermijden. Want: “als ik slim ben als ik iets goed kan, wat ben ik dan als ik iets niet meteen kan?”

U kunt zich voorstellen dat kinderen zich dan niet gelukkig voelen en ook op school niet meer laten zien wat ze eigenlijk kunnen.

Tip van deze week:

Hoogbegaafde kinderen bloeien vaak op als ze contact kunnen hebben met ontwikkelingsgelijken. Ze maken vrienden, kunnen interesses delen en ze kunnen zo een realistisch zelfbeeld ontwikkelen.